BIJZONDERE VERRICHTINGENUitgelegd aan de hand van teksten en afbeeldingen

- Stap 1 – Kies verderop een vak waarin je wil parkeren. Voordat je stopt kijk je goed om je heen (binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en rechterschouder) en geef je richting aan naar rechts (stilstaan is richting aan!) en zet je de auto stil op zo’n twee a drie vakken voor het vak waarin je wilt parkeren (Zie Afb).
- Stap 2 – Afhankelijk van aan welke kant je wil parkeren (links of rechts) moet je eerst kijken in de binnenspiegel, buitenspiegel en over je schouder.
- Stap 3 – Daarna geef je richting aan. Probeer goed voor te sorteren zodat je een wijde bocht kan maken om het vak in te rijden.
- Stap 4 – Rol heel rustig in de 1ste versnelling zodat je de tijd hebt om het instuur moment op te zoeken en natuurlijk ook om je heen te kijken.
- Stap 5 – Het instuur moment: naar links zodra je de eerste lijn van het parkeervak parallel recht op je buiten spiegel ziet, dan begin je met maximaal insturen (Zie rode lijn in Afb).
- Stap 6 – Het terugstuur moment: Op het moment dat je auto bijna recht staat, stuur je terug zodat de wielen weer recht komen te staan.
Wanneer je het vak weer gaat verlaten, zet je de auto in de achteruit, kijk je goed rondom de auto (2x binnenspiegel, buitenspiegel en over je schouder) en rij je voorzichtig achteruit. Draai de auto zo dat deze weer recht op de weg komt te staan, en zet daarna de wielen weer recht. Kijk bij en tijdens het wegrijden goed in de spiegels als nacontrole!

- Stap 1 – Bepaal in welk parkeervak je wilt gaan parkeren. Voordat je stopt kijk je goed om je heen (binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en rechterschouder) en geef je richting aan naar rechts (stilstaan is richting aan!) en zet je de auto stil op de laatste lijn van het 3e vak vanaf het vak waarin je wilt parkeren (Zie Afb 3e parkeervak). Zorg dat je op ongeveer 1 meter afstand staat van de parkeervakken naast je
- Stap 2 – Rij achteruit met slippende koppeling totdat de B-stijl van de auto (de middelste stijl tussen beide deuren in) precies in het midden is van het 2e vak (Zie Afb 2e parkeervak). Op dat moment stuur je zo snel mogelijk, volledig naar rechts. Kijk voor het insturen nog wel even (binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, linkerschouder). Blijf goed rondom de auto kijken!
- Stap 3 – Als de auto bijna recht staat, stuur je twee hele slagen terug naar links en zet je de auto recht. Daarna zet je de auto stil.
Let op! Denk aan de meter afstand, kijk goed om je heen, rij langzaam en stuur snel!

- Stap 1 – Bepaal waar je de auto gaat parkeren en zet de auto in de eerste versnelling.
- Stap 2 – Voordat je stopt kijk je goed om je heen (binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en rechterschouder) en geef je richting aan naar rechts. (Stilstaan is richting aan!)
- Stap 3 – Stop je auto naast de auto (op ongeveer 50cm afstand; 3 spiegeltjes) waar je achter wilt gaan parkeren. Zorg ervoor dat de rechter buitenspiegel gelijk staat met de bumper van de andere auto (Zie Afb 1).
- Stap 4 – Rij de auto langzaam achteruit (slippende koppeling) tot de bovenkant van je achterbank van jouw auto gelijk is aan de achterkant van de auto naast je (Zie lijn op Afb 2). Kijk voordat je gaat sturen om je heen (binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, linkerschouder) vanwege de uitzwaai van jouw auto naar links bij het rechts insturen. Stuur nu zo snel mogelijk volledig in naar rechts.
- Stap 5 – Draai het stuur volledig naar links als de rechterbuitenspiegel aan de achterkant van de auto naast je is (Afb 3). (Je kunt ook gebruik maken van de voorste deurklink aan de rechterkant van de auto via de spiegel; wanneer je in de spiegel kijkt en ziet dat deze klink de stoeprand ‘raakt’ stuur je volledig terug naar links).
- Stap 6 – Als de auto recht staat zet je de auto stil (Afb 4). Laat het stuur ingestuurd staan; zoals je er in gekomen bent, kun je er dan ook weer uit!
- Stap 7 – Na het inparkeren kijk je voor het wegrijden ook weer in de binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en links over je schouder, en geef je richting aan naar links.
- Stap 8 – Zodra je weer recht op de weg staat controleer je het verkeer om je heen (spiegels) en ga je weer verder met je route.
Let op! Bij al het naderende verkeer zet je de auto stil, tenzij je begonnen bent met het terugstuurmoment (Afb 3). Je draait dan de auto weer van de weg af en dat bevorderd de doorstroming, dus dan mag je doorgaan met de oefening!

- Stap 1 – Bepaal waar je de auto gaat parkeren en zet de auto in de eerste versnelling.
- Stap 2 – Voordat je stopt kijk je goed om je heen (binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en rechterschouder) en geef je richting aan naar rechts (Afb 1). (Stilstaan is richting aan!)
- Stap 3 – Zodra je start met de oefening geef je richting aan naar links. Koppeling langzaam op laten komen tot het aangrijpingspunt en vasthouden.
- Stap 5 – Zeer langzaam rijden, snel naar links sturen (overpakmethode) en veel rondom de auto kijken.
- Stap 6 – Bij het snijpunt (rechts onder in de voorruit) wanneer je de stoeprand niet meer kunt zien, snel naar rechts sturen totdat dit niet verder kan of totdat je de stoeprand zachtjes raakt (Afb 2).
- Stap 7 – Richting uit. Zet de versnelling in de achteruit en kijk goed rondom de auto (spiegels; 2x binnen, buiten, naast, zowel links als rechts).
- Stap 8 – Achteruit rijden met slippende koppeling en verder doorsturen naar rechts (indien nog mogelijk) en blijf om je heen kijken, totdat de voorkant duidelijk naar links uitwijkt, waarna je dan snel en volledig naar links stuurt. Rij langzaam door totdat de achterwielen de stoeprand aantikken (Afb 3).
- Stap 9 – Zet de auto in de 1e versnelling, kijk goed om je heen (2x binnenspiegel, buitenspiegel, over je schouder), geef richting aan naar links en rij met slippende koppeling. Draai het stuur volledig in naar links. Blijf ook hier goed om je heen kijken!
- Stap 10 – Zodra je weer recht op de weg staat controleer je het verkeer om je heen (spiegels) en ga je weer verder met je route.
Let op! Rij zo langzaam mogelijk en stuur zo snel mogelijk. Ga niet droogsturen maar hou de auto in beweging bij het sturen! Raak de stoeprand zo zachtjes mogelijk. Al het naderende verkeer voor laten!

- Stap 1 – Allereerst kijk je of je wel kan en mag keren. Kijk dus naar de ruimte en verkeersborden;
- Stap 2 – Bij deze bijzondere verrichting hoef je niet te stoppen. Mocht je toch moeten stoppen doe dat dan op de wel bekende manier: kijk van te voren rondom de auto: binnenspiegel, rechterbuitenspiegel, rechterschouder en doe de richtingaanwijzer naar rechts. (Stilstaan is richting aan!)
- Stap 3 – Al rijdend of nadat je gestopt bent, zet je de auto in de 1e versnelling en kijk je goed om je heen: (2x binnenspiegel, buitenspiegel en over je schouder).
- Stap 4 – Als er geen verkeer aankomt rijd je met een slippende koppeling een paar meter recht vooruit. Ondertussen blijf je om je heen kijken om te controleren of er verkeer aankomt, doe dit zo vaak mogelijk:
- Stap 5 – Stuur de auto rechts de straat in en blijf goed om je heen kijken.
- Stap 6 – Vervolgens stuur je vlot alles naar links in wanneer de auto net over de helft van de straat is. Je auto moet in één draai gekeerd worden. Nooit droogsturen!
- Stap 7 – Wanneer je weer bijna op de weg terug bent draai je je stuur weer terug naar rechts en neem je de juiste plaats op de rijbaan weer in.
- Stap 8 – Als laatste de nacontrole toepassen (2x binnenspiegel, buitenspiegel en over je schouder)
Let op! Deze oefening mag al rijdend uitgevoerd worden, je hoeft hiervoor dus niet eerst de auto stil te zetten!

- Stap 1 – Bepaal waar je de auto gaat parkeren; ongeveer 10 meter uit de bocht en op ± 30cm (50cm max.) van de stoeprand
- Stap 2 – Voordat je stopt kijk je goed om je heen (binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en rechterschouder) en geef je richting aan naar rechts. (Stilstaan is richting aan!)
- Stap 3 – Zet de auto in de achteruit en kijk goed om je heen (2x binnenspiegel, buitenspiegel en over je schouder). Rij de auto achteruit met slippende koppeling tot het moment dat je in de rechterbuitenspiegel bijna niets meer ziet van de stoeprand.
- Stap 4 – Kijk voor het insturen van de bocht nog even in de binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en over je linkerschouder en stuur een halve slag naar rechts, gevolgd door nog een halve slag naar rechts, (meer of minder is afhankelijk van de bocht).
- Stap 5 – Volg via de rechterbuitenspiegel het verloop van de bocht. Zet de auto stil op ± 30cm (50cm max.) afstand van de stoeprand en minimaal 5 meter uit de bocht.
Rij met slippende koppeling met ongeveer 3km per uur. Kijk voortdurend om de auto heen (check je spiegels!), al het overige verkeer moet je voor laten!
Reviews WAT ZEGGEN ANDEREN OVER RIJSCHOOL P. SCHMITZ?
Dankjewel voor de lessen!
Bedankt voor de goede zorgen Patrick en graag tot snel bij een concert ofzo! 🙂
Vriendelijke rij instructeur, weinig tot geen wachtijden. Ik heb mijn rijbewijs binnen 3 maanden kunnen halen!!
Goede, duidelijke en fijne instructeur met veel kennis en passie voor het vak.
Zeker een aanrader!
